Persbericht 11 september 2012
Mensenrechten systematisch geschonden na 9/11

In de Verenigde Staten (VS) en alle bevriende Westerse landen zijn de mensenrechten systematisch vaker geschonden na de terroristische aanvallen op 11 september 2001. Het gaat daarbij met name om schendingen van de fysieke integriteit, via marteling en politieke detentie. Dat is voor het eerst empirisch vastgesteld door ontwikkelingseconoom Benedikt Goderis van Tilburg University en de University of Oxford en constitutioneel- en mensenrechtenjurist Mila Versteeg van the University of Virginia. Hun onderzoek naar mensenrechtenschendingen na 9/11 is recent gepubliceerd in The Journal of Legal Studies.

Landen met een hele sterke toename van mensenrechtenschendingen zijn onder andere Spanje en het Verenigd Koninkrijk. In Nederland is overigens geen sprake van een toename.

Het onderzoek laat zien dat in landen waar de wetgevende macht (het nationale parlement) het voor het zeggen heeft, de mensenrechten slechter worden beschermd dan in landen met een constitutioneel hof (rechtsprekende macht). De wetgevende macht laat zich mogelijk meer leiden door de druk van kiezers.

Goderis en Versteeg gebruikten voor hun onderzoek bestaande datasets voor mensenrechtenschendingen:  de “political terror scale” die politiek geweld meet op een vijfpuntsschaal, en de “physical integrity index” die ook kijkt naar welke mensenrechten het meest geschonden worden. Beide datasets zijn gebaseerd op gegevens van twee verschillende bronnen: de jaarrapporten op het gebied van mensenrechtenschendingen van Amnesty International aan de ene kant en van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken aan de andere kant. De onderzoekers maakten op basis hiervan een statistische analyse van de gegevens van 152 landen in de periode 1978-2006.

Afluisterpraktijken
“Intimiderende ondervraging, selecteren op etnische afkomst, afluisterpraktijken en preventieve hechtenis zijn misschien noodzakelijk om terrorisme te bestrijden, maar het is in strijd met de mensenrechten waaraan een land zich heeft gecommitteerd’’, zo stellen de onderzoekers. “Het argument is dan dat het wringt tussen veiligheid en vrijheid en dat de balans in tijden van nationale nood door moet slaan naar veiligheid.’’

Op grond van dergelijke argumenten zijn in de VS in het eerste jaar na 9/11 53 resoluties en 68 wetten aangenomen om burgers te beschermen tegen terroristische aanvallen in de toekomst. Canada stelde binnen een maand een 186 pagina’s tellende Anti-Terrorisme Wet op. Duitsland nam een ‘veiligheidspakket’ aan met bijna 100 amendementen, vervat in 17 statuten en 5 wetten. Alle EU lidstaten voegden na 2002 een gezamenlijke definitie van terrorisme toe aan hun wetboeken van strafrecht.

Vermeende veiligheid
Goderis: “Ons onderzoek laat zien dat in veel Westerse landen in de eerste vier jaar na 9/11 een substantiële toename van mensenrechtenschendingen heeft plaatsgehad. Rechten zijn geschonden met het oog op (vermeende) veiligheid. En omdat veel van de antiterrorismewetgeving nog steeds bestaat, zijn nieuwe mensenrechtenschendingen niet uitgesloten.’’

Deze bevindingen zijn volgens de onderzoekers belangrijk voor constitutionele discussies over het beschermen van rechten in tijden van nood. “De keuze van landen om antiterrorismewetgeving over te laten aan de regering, het parlement of een constitutioneel hof heeft direct consequenties voor mensenrechten. Alleen een politiek onafhankelijk constitutioneel hof lijkt in staat om in tijden van nood de rechten van minderheden te beschermen’’, aldus Goderis.

Noot voor de pers
Voor interviewaanvragen of meer informatie kunt u contact opnemen met onderzoeker Benedikt Goderis via b.v.g.goderis@tilburguniversity.edu of met Reggy van den Bosch, persvoorlichter van de Tilburg School of Economics and Management, via 013 466 8923 of r.vandenbosch@tilburguniversity.edu

 
 
Persvoorlichters → Aan-/afmelden → Experts & expertise → Archief persberichten → Zoeken →